Acromioclaviculaire artrose

Bij AC (acromioclaviculaire) artrose ontstaat er een artrose in het gewricht tussen het sleutelbeen en het schouderblad. Dit ontstaat meestal door gewone slijtage. Deze slijtage zal in sommige gevallen vroeger optreden zoals na een breuk of door reumatoïde artritis.

Symptomen

Men heeft pijn op de schoudertop. De pijn neemt toe bij bepaalde bewegingen, vooral reiken naar de andere kant is pijnlijk. Er kan nachtelijke pijn aanwezig zijn.

Diagnose en onderzoek

Aan de hand van een onderzoek van de schouder kan de arts vaak de diagnose reeds stellen. Er is duidelijke drukpijn op het gewricht en bij bepaalde bewegingen van de schouder. Er wordt meestal een radiografie genomen om andere problemen vast te stellen en de artrose duidelijk te zien.

Behandeling

AC artrose is vooral pijnlijk. De arts zal dus eerst proberen om de pijn onder controle te krijgen met niet-operatieve middelen.

Niet-operatief

De pijnklachten kunnen dikwijls verholpen worden met pijnstillers en/of inspuitingen met cortisone in het AC gewricht. Kinesitherapie kan zowel de pijn als de kracht verbeteren. Ook het aanpassen van de activiteiten kan beterschap geven.

Operatief

Onder algemene verdoving kan men via een kijkoperatie (artroscopie) of een open operatie het AC gewricht wegnemen. Hierdoor zal ook de pijn verdwijnen. Soms blijft er echter wat bot achter of groeit er opnieuw bot waardoor de klachten terug kunnen komen. Na de operatie mag de patiënt onmiddellijk bewegen en mag dezelfde dag naar huis. De revalidatie duur is gemiddeld 6 weken tot 3 maanden.

Mogelijke complicaties zoals infectie, wondprobleem, zenuwletsels, complicaties van de verdoving,… komen slechts zelden voor (1-5%). Na elke schouderoperatie bestaat er een kans op verstijving van de schouder (frozen shoulder). Dit is meestal tijdelijk.